Jelske was altijd moe. Eerst dacht men dat de ziekte van Pfeiffer hiervan de oorzaak was, maar na jaren van onzekerheid volgde de diagnose MS. Jelske was toen negentien jaar en had net haar propedeuse Voeding en Diëtetiek afgerond. Zij besloot zich te verdiepen in de combinatie van voeding en MS en heeft daarin nu haar eigen praktijk.
Ik heb nooit dezelfde gezondheid gehad als anderen. Ik kon ook niet wat zij konden. Vanaf mijn vijftiende was ik eigenlijk altijd vermoeid. De ziekte van Pfeiffer werd aangetoond, en ik dacht dat ik daar blijvend last van had. Op vakantie kreeg ik ineens de raarste symptomen. Gekke tintelingen, als je mij aantikte deed het al pijn; ’s nachts rende ik over de camping, omdat ik niet kon slapen. Inmiddels was ik negentien, en pas toen kreeg ik de diagnose MS. Uiteindelijk heb ik zeven jaar over mijn studie gedaan, omdat de ziekte er steeds tussendoor kwam. Na een schub moest ik weer bijkomen en herstellen. Ik heb zelfs maandenlang in het revalidatiecentrum gelegen, waar ik opnieuw moest leren lopen.”